ERNSTIG VERKEERSONGEVAL

SCHADEVERGOEDING NIET-ONTVANKELIJK

De rechtbank in Groningen heeft een automobilist voor het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval, het doorrijden na dit ongeval en het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden en een rijontzegging van drie jaren.

Zeer onvoorzichtig en onoplettend

De man heeft met zijn auto op een oversteekplaats een voetganger en een fietsster aangereden. Hij reed harder dan de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en heeft zijn snelheid bij het naderen van de oversteekplaats niet verminderd. Dit terwijl kort vóór en ten tijde van de aanrijding op het fietspad langs de weg en op de oversteekplaats een (bijna) constante stroom van fietsers reed, in verband met een publieksevenement. De verkeerssituatie was overzichtelijk en de fietsers waren goed zichtbaar. Hieruit heeft de rechtbank afgeleid dat de man gedurende langere tijd dan een enkel kort moment niet heeft opgelet en dat hij zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. 

Verwondingen

De voetganger is door de aanrijding op de motorkap van de auto terecht gekomen, enige tijd door de auto meegevoerd en uiteindelijk ongeveer 40 meter voorbij de plaats van de aanrijding op de grond terecht gekomen. Hij heeft door de aanrijding onder meer een complete dwarslaesie opgelopen, waardoor hij blijvend verlamd is. De fietsster heeft door de aanrijding een hersenschudding opgelopen en meerdere verwondingen in haar hoofd en gezicht.

Ongeval verlaten zonder zich bekend te maken

De automobilist heeft de plaats van het ongeval verlaten zonder zich bekend te maken of hulp te bieden aan de slachtoffers. Dit terwijl hij wist of moest vermoeden dat anderen door de aanrijding gewond waren geraakt en in hulpeloze toestand achterbleven. Hij is doorgereden in een zwaar beschadigde auto waarbij de voorruit zo versplinterd was dat geen goed zicht meer mogelijk was. Ook heeft hij de auto in de ochtend nogmaals verplaatst.

Geen onmacht door medische oorzaak

De rechtbank heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat de automobilist ten tijde van de aanrijding door een (medische) oorzaak in onmacht verkeerde. Ook heeft de rechtbank geoordeeld dat de verklaring van de automobilist dat hij zich niet bewust is geweest van de aanrijding en zich niets kan herinneren van de periode rond het ongeval, niet te rijmen is met de bewijsmiddelen.

Vordering tot schadevergoeding niet ontvankelijk

De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding van de voetganger niet-ontvankelijk verklaard. Zij heeft geoordeeld dat weliswaar sprake is van een aantasting in de persoon, maar dat deze aantasting en het daaruit voortvloeiende recht op schadevergoeding niet los kunnen worden gezien van de door het ongeval veroorzaakte materiële en immateriële gevolgschade. Er is bewust voor gekozen om deze gevolgschade buiten de strafzaak te laten en deze te laten afhandelen door de verzekeraar.

 

 

 

 

 

 

 

 

Autoschade Autoschade
Justitia Justitia